Het was de lange, hete zomer van 1976. Jong, een tikje onbezonnen en wonend op een bescheiden gelijkvloers op het Antwerpse Zuid, toen nog lang niet zo in trek als vandaag, gingen we op zoek naar meer ruimte. Die vonden we in een groot 19de-eeuws herenhuis, waar we op slag voor vielen. Vooral de licht verwilderde stadstuin, met achteraan een oude zilverlinde, bleef ons bij. Het huis zelf was op dat moment opgesplitst in drie appartementen, die we niet eens allemaal konden bezichtigen. Maar wat we wél zagen, was genoeg. We kochten het diezelfde dag: misschien wat impulsief, maar zonder ooit een moment spijt. De hoge plafonds, de ruime kamers en de bijzondere energie van het huis zijn ons altijd blijven betoveren. Ook de buurt groeide mee, werd levendiger en kreeg met het Groen Kwartier een nieuwe, frisse dynamiek. Vandaag is het huis voor ons wat te groot geworden. Tijd om afscheid te nemen. De cirkel is rond, want we keren terug naar een appartement op het Zuid, opnieuw alles gelijkvloers. Met zorg hebben we dit huis gekoesterd, en we hopen dat de volgende bewoners datzelfde gevoel voor zijn ziel zullen delen.